musculatuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het geheel van spieren in het menselijk lichaam
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| musculaturen | meervoud |
| musculatuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| musculatuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van musculatuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| musculaturen | meervoud | musculatuur |
| musculatuurtje | verkleinwoord | musculatuur |
| musculatuurtjes | verkleinwoord meervoud | musculatuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van musculatuur zijn vastgelegd.