multiplicator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- instrument dat multipliceert
- getal waarmee men vermenigvuldigt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| multiplicatoren | meervoud |
| multiplicators | meervoud |
| multiplicatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| multiplicatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van multipliceren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van multiplicator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| multiplicatoren | meervoud | multiplicator |
| multiplicators | meervoud | multiplicator |
| multiplicatortje | verkleinwoord | multiplicator |
| multiplicatortjes | verkleinwoord meervoud | multiplicator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van multiplicator zijn vastgelegd.