mud
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een verouderde oppervlaktemaat
- een verouderde inhoudsmaat
- modder
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mudden | meervoud |
| mudje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mudjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘inhoudsmaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1101
Woordfamilie van mud
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mudden | meervoud | mud |
| mudje | verkleinwoord | mud |
| mudjes | verkleinwoord meervoud | mud |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mud zijn vastgelegd.