mosselzaad
zelfstandig naamwoordBetekenis
- eieren of jonge mosselen die men op mosselbanken (uit)zaait
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mosselzaadje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mosselzaadjes | verkleinwoord, meervoud |
| mosselzaden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van mossel en zaad
Woordfamilie van mosselzaad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mosselzaadje | verkleinwoord | mosselzaad |
| mosselzaadjes | verkleinwoord meervoud | mosselzaad |
| mosselzaden | meervoud | mosselzaad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mosselzaad zijn vastgelegd.