mooi
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, zelfstandig naamwoord /moːj/Betekenis
- prettig in voorkomen, aangenaam om naar te kijken.
- prettig, aangenaam
- goed
- (ironisch) onaangenaam, te ver gaand.
Hoe spreek je mooi uit?
/moj/
Mooi bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| j | ja |
bijvoeglijk naamwoord
- aantrekkelijk, goed
- onaangenaam, over de schreef
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mooie | verbogen, stellende trap |
| mooier | onverbogen, vergrotende trap |
| mooiere | verbogen, vergrotende trap |
| mooiers | partitief, vergrotende trap |
| moois | partitief, stellende trap |
| mooist | onverbogen, overtreffende trap |
| mooiste | verbogen, overtreffende trap |
bijwoord
- in (tamelijk) grote/verregaande mate
- voegt een extra dimensie van ontsteltenis/teleurstelling/verontwaardiging e.d. toe aan de mededeling
zelfstandig naamwoord — neuter
- het esthetisch/mooi [1] zijn
Herkomst
erfwoord, precieze herkomst onbekend. Misschien ontwikkeld uit een Germaanse vorm *mawjaz “gewassen”. Oorspronkelijk uitsluitend voorkomend in (het noorden van) het Nederlandse taalgebied en in het Oostfries.
Woordfamilie van mooi
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mooie | verbogen vorm | mooi |
| mooier | vergrotende trap | mooi |
| mooiere | verbogen vergrotende trap | mooi |
| mooiers | partitieve vergrotende trap | mooi |
| moois | partitive, positive | mooi |
| mooist | uninflected, superlative | mooi |
| mooiste | inflected, superlative | mooi |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mooi zijn vastgelegd.