leeuwenkooi
zelfstandig naamwoord ˈlewə(n)ˌkojBetekenis
- verblijf met wanden die uit tralies of rasters bestaan, bestemd voor het grote katachtige roofdier
Hoe spreek je leeuwenkooi uit?
/ˈlewənˌkoj/
Leeuwenkooi bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| w | quiz |
| ə | de |
| n | nek |
| k | kat |
| o | boot |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- verblijf met wanden die uit tralies of rasters bestaan, bestemd voor het grote katachtige roofdier Panthera leo
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leeuwenkooien | meervoud |
Herkomst
samenstelling van leeuw zn en kooi zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van leeuwenkooi
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leeuwenkooien | meervoud | leeuwenkooi |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leeuwenkooi zijn vastgelegd.