Naar de inhoud

mondstuk

dat deel van een blaasinstrument dat in de mond genomen wordt of aan de lippen gezet

mondstuk

zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. dat deel van een blaasinstrument dat in de mond genomen wordt of aan de lippen gezet

Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)

Vorm Grammaticale informatie
mondstukje verkleinwoord, enkelvoud
mondstukjes verkleinwoord, meervoud
mondstukken meervoud

Herkomst

samenstelling van mond en stuk

Woordfamilie van mondstuk

Woordvorm Relatie Afgeleid van
mondstukje verkleinwoord mondstuk
mondstukjes verkleinwoord meervoud mondstuk
mondstukken meervoud mondstuk

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mondstuk zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over mondstuk

Wat betekent mondstuk?
Mondstuk is een zelfstandig naamwoord. Het woord betekent: dat deel van een blaasinstrument dat in de mond genomen wordt of aan de lippen gezet.
Hoe verbuig je mondstuk?
Bij mondstuk geldt: het meervoud is mondstukken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.
Hoe verklein je mondstuk?
Het verkleinwoord van mondstuk is mondstukje, dus een het-woord. In het meervoud wordt dat mondstukjes.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord mondstuk is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. U 4
  8. K 3
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

mondstuk levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. O 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. S 2
  6. T 2
  7. U 2
  8. K 3
  9. 16 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

mondstuk in het kort

mondstuk staat in dit woordenboek als zelfstandig naamwoord. Van mondstuk zijn 3 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort mondstuk bij een woordfamilie van 3 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

mondstuk: dat deel van een blaasinstrument dat in de mond genomen wordt of aan de lippen gezet
Deel mondstuk — standaardnederlands.nl