moesson
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de regentijd in tropische gebieden met een droge tijd en een regentijd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moessonnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| moessonnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| moessons | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘periodieke wind, jaargetijde waarin deze wind waait’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1646
Woordfamilie van moesson
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moessonnetje | verkleinwoord | moesson |
| moessonnetjes | verkleinwoord meervoud | moesson |
| moessons | meervoud | moesson |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moesson zijn vastgelegd.