moerbei
zelfstandig naamwoord ˈmurbɛiBetekenis
- op een braam gelijkende vrucht van een moerbeiboom
- een plant of boom die de moerbei als vrucht heeft
Hoe spreek je moerbei uit?
/ˈmurbɛi/
Moerbei bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| u | boek |
| r | rood |
| b | bak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een geslacht Morus van tien tot zestien soorten bladverliezende bomen uit de moerbeifamilie (Moraceae). De planten komen van nature voor in de warm-gematigde streken en subtropische regio's van Azië, Afrika en Noord-Amerika. De meeste soorten komen van nature voor in Azië. In Europa komt de moerbeiboom in zuid-oost Hongarije in het wild voor
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moerbeien | meervoud |
| moerbeitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| moerbeitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands moerbeye, in de betekenis van ‘vrucht’ aangetroffen vanaf 1351
Woordfamilie van moerbei
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moerbeien | meervoud | moerbei |
| moerbeitje | verkleinwoord | moerbei |
| moerbeitjes | verkleinwoord meervoud | moerbei |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moerbei zijn vastgelegd.