moedertaalspreker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een taal spreekt omdat het zijn moedertaal is.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| moedertaalsprekers | meervoud |
| moedertaalsprekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| moedertaalsprekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van moedertaal en spreker
Woordfamilie van moedertaalspreker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moedertaalsprekers | meervoud | moedertaalspreker |
| moedertaalsprekertje | verkleinwoord | moedertaalspreker |
| moedertaalsprekertjes | verkleinwoord meervoud | moedertaalspreker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moedertaalspreker zijn vastgelegd.