mixer
zelfstandig naamwoord /ˈmɪk.sər/Betekenis
- apparaat om te mengen, om een mengsel (mix) te maken
- keukengereedschap om fijne of vloeibare ingrediënten mee te mengen
- apparaat waarmee audio- en/of videosignalen van verschillende bronnen gemengd kunnen worden, mengpaneel
Hoe spreek je mixer uit?
/ˈmɪksər/
Mixer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| s | sok |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mixers | meervoud |
| mixertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mixertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Engels mixer, op te vatten als naamwoord van handeling van mixen met het achtervoegsel -er in de betekenis van ‘mengtoestel voor in de keuken’ voor het eerst aangetroffen in 1959
Woordfamilie van mixer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mixers | meervoud | mixer |
| mixertje | verkleinwoord | mixer |
| mixertjes | verkleinwoord meervoud | mixer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mixer zijn vastgelegd.