misnoegen
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een gevoel van onvrede en onbehagen, gewoonlijk veroorzaakt door iemands optreden
- een gevoel van onvrede en onbehagen bij iemand veroorzaken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| misnoegens | meervoud |
Vervoeging van misnoegen
misnoegenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van mis en noegen
Woordfamilie van misnoegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| misnoeg | woordvorm | misnoegen |
| misnoegden | woordvorm | misnoegen |
| misnoege | woordvorm | misnoegen |
| misnoegend | woordvorm | misnoegen |
| misnoegende | woordvorm | misnoegen |
| misnoegens | meervoud | misnoegen |
| misnoegt | woordvorm | misnoegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misnoegen zijn vastgelegd.