minnaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- degene die iets of iemand liefheeft
- een persoon waarmee men een liefdesrelatie onderhoudt, in het bijzonder een buitenechtelijke liefdesrelatie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| minnaars | meervoud |
| minnaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| minnaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| minnaren | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van minnen met het achtervoegsel -aar en volgens regel 2.B.
Woordfamilie van minnaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| minnaars | meervoud | minnaar |
| minnaartje | verkleinwoord | minnaar |
| minnaartjes | verkleinwoord meervoud | minnaar |
| minnaren | meervoud | minnaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van minnaar zijn vastgelegd.