ministerie
zelfstandig naamwoord /ˌminɪsˈtɪːri/Betekenis
- een afdeling van een overheid waar het beleid van de regering wordt uitgevoerd
Hoe spreek je ministerie uit?
/ˌminɪsˈtɪri/
Ministerie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| i | riet |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ministeries | meervoud |
| ministerietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ministerietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘departement van bestuur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1767
Woordfamilie van ministerie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ministeries | meervoud | ministerie |
| ministerietje | verkleinwoord | ministerie |
| ministerietjes | verkleinwoord meervoud | ministerie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ministerie zijn vastgelegd.