minimumloon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het laagste loon (per uur, week, maand etc.) dat een werkgever volgens de wet aan een werknemer zou mogen betalen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| minimumlonen | meervoud |
| minimumloontje | verkleinwoord, enkelvoud |
| minimumloontjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van minimum en loon
Woordfamilie van minimumloon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| minimumlonen | meervoud | minimumloon |
| minimumloontje | verkleinwoord | minimumloon |
| minimumloontjes | verkleinwoord meervoud | minimumloon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van minimumloon zijn vastgelegd.