minderwaardigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het gevoel minder waard te zijn of het gevoel dat iets minder waard is.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| minderwaardigheden | meervoud |
| minderwaardigheidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| minderwaardigheidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van minderwaardig met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van minderwaardigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| minderwaardigheden | meervoud | minderwaardigheid |
| minderwaardigheidje | verkleinwoord | minderwaardigheid |
| minderwaardigheidjes | verkleinwoord meervoud | minderwaardigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van minderwaardigheid zijn vastgelegd.