micro
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈmɪkroBetekenis
- toestel om geluid om te zetten in elektrische signalen zodat het kan worden versterkt of opgeslagen
- benaming voor de eerste computers met centrale verwerkingseenheid op één chip
- magnetron, oven die voedsel met behulp van microgolven verwarmt
- op de schaal van afzonderlijke bedrijven of huishoudens
- in het klein, op kleine schaal
- klein
Hoe spreek je micro uit?
/ˈmɪkro/
Micro bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| r | rood |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| micro's | meervoud |
| microotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| microotjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
[zelfstandig naamwoord] *#(verkorting) van microfoon *#van Engels micro of (verkorting) van microcomputer *#(verkorting) van microgolfoven
Woordfamilie van micro
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| micro's | meervoud | micro |
| microotje | verkleinwoord | micro |
| microotjes | verkleinwoord meervoud | micro |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van micro zijn vastgelegd.