mestkoe
zelfstandig naamwoordBetekenis
- runderen die men houdt voor het vlees; runderen die men vetmest
- runderen waarvan men de mest op een nuttige manier weet te gebruiken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mestkoeien | meervoud |
| mestkoetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mestkoetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van mest zn en koe zn
Woordfamilie van mestkoe
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mestkoeien | meervoud | mestkoe |
| mestkoetje | verkleinwoord | mestkoe |
| mestkoetjes | verkleinwoord meervoud | mestkoe |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mestkoe zijn vastgelegd.