mesolithicum
zelfstandig naamwoord /mesoˈlitikʏm/Betekenis
- periode in de steentijd, waarin na de ijstijd de ontwikkeling naar landbouw en veeteelt plaatsvindt
Hoe spreek je mesolithicum uit?
/mesoˈlitikʏm/
Mesolithicum bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| s | sok |
| o | boot |
| l | land |
| i | riet |
| t | tak |
| k | kat |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Vóór 2006 was de officiële spelling Mesolithicum. |
Herkomst
van Engels Mesolithic met het achtervoegsel -icum, als naam voor het tijdperk in 1866 voorgesteld door de Ierse archeoloog H. Westropp gevormd uit Oudgrieks μέσος (mésos) "midden" en λίθος (líthos) "steen", dus: "middensteentijd", in die betekenis in het Nederlands aangetroffen vanaf 1937; geschreven met een kleine letter volgens spellingregel 16.K
Woordfamilie van mesolithicum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Mesolithicum | neuter | mesolithicum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mesolithicum zijn vastgelegd.