mesolithisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op de middensteentijd in Europa (10.000 v. Chr. tot 2.700 v. Chr.)
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mesolithische | verbogen, stellende trap |
| mesolithischer | onverbogen, vergrotende trap |
| mesolithischere | verbogen, vergrotende trap |
| mesolithischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
uit het Latijn
Woordfamilie van mesolithisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mesolithische | verbogen vorm | mesolithisch |
| mesolithischer | vergrotende trap | mesolithisch |
| mesolithischere | verbogen vergrotende trap | mesolithisch |
| mesolithischers | partitieve vergrotende trap | mesolithisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mesolithisch zijn vastgelegd.