menthol
zelfstandig naamwoord ˈmɛntɔlBetekenis
- vluchtige olie die een belangrijk bestanddeel is van pepermuntolie, een organische verbinding met een sterke muntgeur
- 2-isopropyl-5-methylcyclohexanol
Hoe spreek je menthol uit?
/ˈmɛntɔl/
Menthol bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mentholletje | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘pepermuntolie’ voor het eerst aangetroffen in 1914
Woordfamilie van menthol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mentholletje | verkleinwoord | menthol |
| menthols | meervoud | menthol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van menthol zijn vastgelegd.