menskracht
zelfstandig naamwoord ˈmɛnskrɑxtBetekenis
- geheel van mensen beschikbaar om arbeid te verrichten; werkende personen
- energie van mensen
Hoe spreek je menskracht uit?
/ˈmɛnskrɑxt/
Menskracht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| s | sok |
| k | kat |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| menskrachten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van mens zn en kracht zn **[1] in de jaren 70 van de 20e eeuw geïntroduceerde sekseneutrale variant van mankracht **[2] vaak gebruikt in contrast met andere energiebronnen als paardenkracht of windkracht
Woordfamilie van menskracht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| menskrachten | meervoud | menskracht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van menskracht zijn vastgelegd.