mensjewiek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- aanhanger van de gematigde Russische sociaaldemocratische partij, die zich in 1903 op een partijcongres afscheidde van de bolsjewieken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mensjewieken | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘aanhanger van Russische politieke partij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924
Woordfamilie van mensjewiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mensjewieken | meervoud | mensjewiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mensjewiek zijn vastgelegd.