mensenhandel
zelfstandig naamwoord ˈmɛnsə(n)ˌhɑndəlBetekenis
- het werven, vervoeren of verhandelen van mensen tegen hun wil met als doel een of andere vorm van uitbuiting
Hoe spreek je mensenhandel uit?
/ˈmɛnsənˌhɑndəl/
Mensenhandel bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| s | sok |
| ə | de |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| d | dak |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mensenhandeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
samenstelling van mens en handel met het invoegsel -en-
Woordfamilie van mensenhandel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mensenhandeltje | verkleinwoord | mensenhandel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mensenhandel zijn vastgelegd.