mensaap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gemeenschappelijke naam voor dieren uit de orde van de primaten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mensaapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mensaapjes | verkleinwoord, meervoud |
| mensapen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘primaat’ voor het eerst aangetroffen in 1914
Woordfamilie van mensaap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mensaapje | verkleinwoord | mensaap |
| mensaapjes | verkleinwoord meervoud | mensaap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mensaap zijn vastgelegd.