melkquotum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (door de EU) vastgestelde hoeveelheid (koe)melk die een melkveehouderij mag produceren zonder strafheffingen te hoeven betalen
zelfstandig naamwoord — neuter
- vastgestelde hoeveelheid (koe)melk die een melkveehouderij mag produceren zonder strafheffingen te hoeven betalen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| melkquota | meervoud |
| melkquotumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| melkquotumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| melkquotums | meervoud |
Herkomst
samenstelling van melk en quotum
Woordfamilie van melkquotum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| melkquota | meervoud | melkquotum |
| melkquotumpje | verkleinwoord | melkquotum |
| melkquotumpjes | verkleinwoord meervoud | melkquotum |
| melkquotums | meervoud | melkquotum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van melkquotum zijn vastgelegd.