meesturen
werkwoordBetekenis
- samen met andere zaken iets zenden
- meegeven, meezenden
Vervoeging van meesturen
meesturenhele werkwoord
Woordfamilie van meesturen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meegestuurd | woordvorm | meesturen |
| meesture | with-subordinate-clause | meesturen |
| meesturend | woordvorm | meesturen |
| meesturende | woordvorm | meesturen |
| meestuur | with-subordinate-clause | meesturen |
| meestuurde | with-subordinate-clause | meesturen |
| meestuurden | with-subordinate-clause | meesturen |
| meestuurt | with-subordinate-clause | meesturen |
| sture mee | woordvorm | meesturen |
| sturen mee | woordvorm | meesturen |
| stuur mee | woordvorm | meesturen |
| stuurde mee | woordvorm | meesturen |
| stuurden mee | woordvorm | meesturen |
| stuurt mee | woordvorm | meesturen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meesturen zijn vastgelegd.