meesterstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- werkstuk, waardoor iemand toont zijn vak volmaakt te beheersen
- meesterwerk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meesterstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| meesterstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| meesterstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van meester ww en stuk
Woordfamilie van meesterstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meesterstukje | verkleinwoord | meesterstuk |
| meesterstukjes | verkleinwoord meervoud | meesterstuk |
| meesterstukken | meervoud | meesterstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meesterstuk zijn vastgelegd.