meerkoet
zelfstandig naamwoord ˈmerkutBetekenis
- geheel zwarte watervogel met witte snavel en voorhoofdschild, behoort tot de familie van de rallen
Hoe spreek je meerkoet uit?
/ˈmerkut/
Meerkoet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| r | rood |
| k | kat |
| u | boek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort watervogel, Fulica atra een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae) en het geslacht koeten (Fulica) geheel zwart met witte snavel en voorhoofdschild
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meerkoeten | meervoud |
| meerkoetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| meerkoetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van meer zn en koet zn , in de betekenis van ‘ralvogel’ aangetroffen vanaf 1776
Woordfamilie van meerkoet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meerkoeten | meervoud | meerkoet |
| meerkoetje | verkleinwoord | meerkoet |
| meerkoetjes | verkleinwoord meervoud | meerkoet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meerkoet zijn vastgelegd.