meerderjarigheid
zelfstandig naamwoord ˌmerdərˈjarəɣhɛitBetekenis
- toestand waarin je oud genoeg bent om zelfstandig dingen te doen die ernstige gevolgen kunnen hebben, zoals autorijden, trouwen of stemmen bij verkiezingen. Wat die leeftijd is, hangt af van het rechtsstelsel en soms ook van het onderwerp of van persoonlijke kenmerken. In de tweede helft van de 20e eeuw is het in veel gevallen 18 jaar.
- kerkelijke meerderjarigheid: de religieuze volwassenheid in de Joodse kerk voor meisjes van 12 jaar en ouder, voor jongens van 13 jaar en ouder
Hoe spreek je meerderjarigheid uit?
/ˌmerdərˈjarəxhɛit/
Meerderjarigheid bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| j | ja |
| a | maan |
| x | acht |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- toestand waarin je oud genoeg bent om zelfstandig dingen te doen die ernstige gevolgen kunnen hebben, zoals autorijden, trouwen of stemmen bij verkiezingen Wat die leeftijd is, hangt af van het rechtsstelsel en soms ook van het onderwerp of van persoonlijke kenmerken. In de tweede helft van de 20e eeuw is het in veel gevallen 18 jaar.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meerderjarigheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van meerderjarig bn met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van meerderjarigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meerderjarigheden | meervoud | meerderjarigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meerderjarigheid zijn vastgelegd.