medicijnkast
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een afsluitbaar meubelstuk waarin met medicijnen kan bewaren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| medicijnkasten | meervoud |
| medicijnkastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| medicijnkastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van medicijn en kast
Woordfamilie van medicijnkast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| medicijnkasten | meervoud | medicijnkast |
| medicijnkastje | verkleinwoord | medicijnkast |
| medicijnkastjes | verkleinwoord meervoud | medicijnkast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van medicijnkast zijn vastgelegd.