mastbos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bos met dennen of pijnbomen
- gebied met veel heipalen
- een grote groep van scheepsmasten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mastbosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mastbosjes | verkleinwoord, meervoud |
| mastbossen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van mast zn en bos zn
Woordfamilie van mastbos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mastbosje | verkleinwoord | mastbos |
| mastbosjes | verkleinwoord meervoud | mastbos |
| mastbossen | meervoud | mastbos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mastbos zijn vastgelegd.