marlpriem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bij het touwsplitsen gebruikte priem om er ruimte tussen de strengen mee te maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| marlpriemen | meervoud |
| marlpriempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| marlpriempjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van marl ww en priem
Woordfamilie van marlpriem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| marlpriemen | meervoud | marlpriem |
| marlpriempje | verkleinwoord | marlpriem |
| marlpriempjes | verkleinwoord meervoud | marlpriem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van marlpriem zijn vastgelegd.