marketentster
zelfstandig naamwoord ˌmɑrkəˈtɛntstərBetekenis
- vrouw die met een leger meetrok en aan militairen voedingsmiddelen verkocht
Hoe spreek je marketentster uit?
/ˌmɑrkəˈtɛntstər/
Marketentster bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| k | kat |
| ə | de |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| s | sok |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| marketentsters | meervoud |
| marketentstertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| marketentstertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vrouw die voedingsmiddelen aan militairen verkoopt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1846
Woordfamilie van marketentster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| marketentsters | meervoud | marketentster |
| marketentstertje | verkleinwoord | marketentster |
| marketentstertjes | verkleinwoord meervoud | marketentster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van marketentster zijn vastgelegd.