mantelzorger
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de gever van mantelzorg, een familielid, vriend, kennis of buur die zorg geeft aan een chronisch zieke, gehandicapte en hulpbehoevende.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mantelzorgers | meervoud |
| mantelzorgertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mantelzorgertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van mantelzorg met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van mantelzorger
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mantelzorgers | meervoud | mantelzorger |
| mantelzorgertje | verkleinwoord | mantelzorger |
| mantelzorgertjes | verkleinwoord meervoud | mantelzorger |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mantelzorger zijn vastgelegd.