mannenkoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zangkoor met een geheel mannelijke bezetting
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mannenkoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mannenkoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| mannenkoren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van man en koor met het invoegsel -en-
Woordfamilie van mannenkoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mannenkoortje | verkleinwoord | mannenkoor |
| mannenkoortjes | verkleinwoord meervoud | mannenkoor |
| mannenkoren | meervoud | mannenkoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mannenkoor zijn vastgelegd.