mandekking
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tactiek waarbij één bepaalde speler de opdracht heeft één andere speler van de tegenpartij te bewaken zodat deze laatste niet meer aanspeelbaar is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mandekkingen | meervoud |
| mandekkinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mandekkinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van man zn en dekking zn
Woordfamilie van mandekking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mandekkingen | meervoud | mandekking |
| mandekkinkje | verkleinwoord | mandekking |
| mandekkinkjes | verkleinwoord meervoud | mandekking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mandekking zijn vastgelegd.