mammoet
zelfstandig naamwoord ˈmɑmutBetekenis
- sinds de laatste ijstijd uitgestorven slurfdier
- zeer groot voorwerp
Hoe spreek je mammoet uit?
/ˈmɑmut/
Mammoet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| u | boek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming zoogdieren uit het geslacht Mammuthus, sinds de laatste ijstijd uitgestorven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mammoeten | meervoud |
| mammoetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mammoetjes | verkleinwoord, meervoud |
| mammoets | meervoud |
Herkomst
van Russisch мамонт (mámont), in de betekenis van ‘voorhistorische olifant’ voor het eerst aangetroffen in 1692
Woordfamilie van mammoet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mammoetje | verkleinwoord | mammoet |
| mammoetjes | verkleinwoord meervoud | mammoet |
| mammoets | meervoud | mammoet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mammoet zijn vastgelegd.