majoriteit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- meerderheid (van stemmen)
- meerderjarigheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| majoriteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘meerderheid’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van majoriteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| majoriteiten | meervoud | majoriteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van majoriteit zijn vastgelegd.