maillot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een elastisch kledingstuk dat bestaat uit een broekje met lange kousen eraan
zelfstandig naamwoord
- een elastisch kledingstuk voor vrouwen dat bestaat uit een broekje met lange kousen eraan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maillotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| maillotjes | verkleinwoord, meervoud |
| maillots | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tricot’ voor het eerst aangetroffen in 1917
Woordfamilie van maillot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maillotje | verkleinwoord | maillot |
| maillotjes | verkleinwoord meervoud | maillot |
| maillots | meervoud | maillot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maillot zijn vastgelegd.