magie
zelfstandig naamwoord maˈɣiBetekenis
- toverkunst; kracht waar een tovenaar over beschikt door met rituelen, symbolen en bezweringen de hulp van bovennatuurlijke machten in te roepen.
- een heel bijzonder iets
Hoe spreek je magie uit?
/maˈxi/
Magie bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| x | acht |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
van Frans magique, in de betekenis van ‘toverkunst’ aangetroffen vanaf 1650