macro
zelfstandig naamwoordBetekenis
- reeks instructies onder een naam of toets(combinatie) om geregeld terugkerende handelingen te verrichten, bv. in een tekstverwerker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| macro's | meervoud |
| macrootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| macrootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘reeks instructies om geregeld terugkerende handelingen op een computer te verrichten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1986
Woordfamilie van macro
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| macro's | meervoud | macro |
| macrootje | verkleinwoord | macro |
| macrootjes | verkleinwoord meervoud | macro |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van macro zijn vastgelegd.