maatschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- overeenkomst waarbij twee of meer personen een bepaalde samenwerking aangaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maatschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| maatschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| maatschappen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘samenwerkingsverband’ voor het eerst aangetroffen in 1364
Woordfamilie van maatschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maatschapje | verkleinwoord | maatschap |
| maatschapjes | verkleinwoord meervoud | maatschap |
| maatschappen | meervoud | maatschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maatschap zijn vastgelegd.