maalstroom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een draaiende stroom
- drukke onrustige en daardoor misschien ook gevaarlijke en angstaanjagende zaken
- draaistroom, draaikolk, werveling
zelfstandig naamwoord — masculine
- drukke, onrustige en daardoor misschien ook gevaarlijke en angstaanjagende combinatie van zaken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maalstromen | meervoud |
| maalstroompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| maalstroompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘ronddraaiende stroming’ voor het eerst aangetroffen in 1595
Woordfamilie van maalstroom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maalstromen | meervoud | maalstroom |
| maalstroompje | verkleinwoord | maalstroom |
| maalstroompjes | verkleinwoord meervoud | maalstroom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maalstroom zijn vastgelegd.