luxepaard
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een luxe leven leidt en daar niet voor hoeft te werken
- een paard dat niet gebruikt wordt voor het werk, maar voor de sier en voor de sport
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| luxepaarden | meervoud |
| luxepaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| luxepaardjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van luxe bn en paard zn
Woordfamilie van luxepaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| luxepaarden | meervoud | luxepaard |
| luxepaardje | verkleinwoord | luxepaard |
| luxepaardjes | verkleinwoord meervoud | luxepaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luxepaard zijn vastgelegd.