luidspreker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- toestel waarin elektrische energie in akoestische energie wordt omgezet, gewoonlijk om muziek en stemgeluid te verspreiden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| luidsprekers | meervoud |
| luidsprekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| luidsprekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van luid en spreker , een leenvertaling van Engels loudspeaker
Woordfamilie van luidspreker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| luidsprekers | meervoud | luidspreker |
| luidsprekertje | verkleinwoord | luidspreker |
| luidsprekertjes | verkleinwoord meervoud | luidspreker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luidspreker zijn vastgelegd.