luchtigheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zorgeloosheid, vrolijkheid, onbezorgdheid
- het doortrokken zijn met veel lucht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| luchtigheden | meervoud |
| luchtigheidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| luchtigheidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afleiding van luchtig met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van luchtigheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| luchtigheden | meervoud | luchtigheid |
| luchtigheidje | verkleinwoord | luchtigheid |
| luchtigheidjes | verkleinwoord meervoud | luchtigheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luchtigheid zijn vastgelegd.