lork
zelfstandig naamwoord ˈlɔrᵊkBetekenis
- soort naaldboom die in de winter zijn naalden laat vallen
Hoe spreek je lork uit?
/ˈlɔrək/
Lork bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor naaldbomen uit het geslacht Larix die in de winter hun naalden laten vallen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lorken | meervoud |
Herkomst
van Latijn laryx
Woordfamilie van lork
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lorken | meervoud | lork |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lork zijn vastgelegd.