hork
zelfstandig naamwoord ˈhɔrᵊkBetekenis
- iemand die zich onaangenaam gedraagt door zich niet aan omgangsvormen te houden
Hoe spreek je hork uit?
/ˈhɔrək/
Hork bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die zich onaangenaam gedraagt door zich niet aan de normale omgangsvormen te houden pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| horken | meervoud |
Herkomst
via Jiddisch (hourek) "onaangenaam persoon, slecht mens" van Hebreeuws חוֹרֵג (horeg) "afwijkend; crimineel; stief-"; in de betekenis van ‘lomperd’ voor het eerst aangetroffen in 1900
Woordfamilie van hork
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| horken | meervoud | hork |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hork zijn vastgelegd.