loosheid
zelfstandig naamwoord ˈloshɛitBetekenis
- onbetrouwbaarheid
- in samenstellingen: het eerste lid van het woord niet hebbend; zonder het eerste lid van het woord
Hoe spreek je loosheid uit?
/ˈloshɛit/
Loosheid bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| s | sok |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- in samenstellingen: [het eerste lid van het woord] niet hebbend; zonder het [eerste lid van het woord]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| loosheden | meervoud |
Herkomst
afleiding van loos met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van loosheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loosheden | meervoud | loosheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loosheid zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- achteloosheid
- argeloosheid
- bandeloosheid
- beginselloosheid
- belangeloosheid
- besluiteloosheid
- betekenisloosheid
- bewegingloosheid
- bewusteloosheid
- compromisloosheid
- dakloosheid
- doelloosheid
- eerloosheid
- eindeloosheid
- gedachteloosheid
- geesteloosheid
- geluidloosheid
- genadeloosheid
- geruisloosheid
- gevoelloosheid
- geweldloosheid
- gewetenloosheid
- gewichtloosheid
- gewichtsloosheid